Kaneel: Ceylon of Cassia?
Twee bijzondere specerijen met een rijke geschiedenis
Kaneel is misschien wel een van de bekendste specerijen ter wereld. Alleen al de geur roept herinneringen op aan warme appeltaart, winterse dagen en heerlijke kruidenthee.
Maar wist je dat niet alle kaneel hetzelfde is?
In onze keuken gebruiken we vooral twee soorten: Ceylonkaneel (Cinnamomum verum) en Cassiakaneel (Cinnamomum cassia). Beide komen oorspronkelijk uit Azië en hebben een eeuwenoude geschiedenis.
Hoewel ze op elkaar lijken, verschillen ze in smaak, uiterlijk en samenstelling. Vooral het verschil in coumarine maakt het interessant om beide soorten eens nader te bekijken.
Ik neem je graag mee in de bijzondere wereld van kaneel. Een specerij die niet alleen onze gerechten verrijkt, maar ook binnen de traditionele kruidengeneeskunde een bijzondere plaats inneemt.
1. De herkomst van Ceylonkaneel en Cassiakaneel
Ceylonkaneel – de echte kaneel
Ceylonkaneel (Cinnamomum verum) staat ook bekend als echte kaneel. Deze kaneelboom komt oorspronkelijk uit Sri Lanka, het vroegere Ceylon.
Tegenwoordig verbouwen telers deze kaneel ook in andere tropische gebieden, waaronder Madagaskar en de Seychellen.
Ceylonkaneel heeft een zachte, verfijnde geur en een lichtzoete smaak. Je herkent deze soort aan de dunne, kwetsbare laagjes bast.
Binnen de traditionele kruidengeneeskunde beschouwde men kaneel als een verwarmend kruid. Men gebruikte het onder andere bij een koud gevoel, een verminderde eetlust en spijsverteringsongemakken.
Cassiakaneel – de krachtige Chinese kaneel
Cassiakaneel (Cinnamomum cassia) komt oorspronkelijk uit China. Daarnaast bestaan er verwante kaneelsoorten uit Indonesië en Vietnam.
Deze kaneel heeft een krachtige, warme geur en een uitgesproken smaak. Cassia smaakt doorgaans scherper en minder verfijnd dan Ceylonkaneel.
Binnen de traditionele Chinese kruidenkunde kent kaneel een lange geschiedenis. Men beschouwde het als een verwarmende specerij die de innerlijke warmte kon ondersteunen.
Ook bij vermoeidheid, koudegevoelens en spijsverteringsklachten kende men kaneel traditionele toepassingen.
2. Kaneel en de geschiedenis van de VOC
Kaneel behoort tot de specerijen die eeuwenlang een belangrijke rol speelden in de internationale handel.
Al ver voor onze jaartelling kenden verschillende beschavingen deze geurige boomschors. Handelaren vervoerden kaneel over grote afstanden naar het Midden-Oosten en Europa.
In de zeventiende eeuw kreeg de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) steeds meer invloed op de kaneelhandel.
Vooral de kaneel uit Ceylon was bijzonder kostbaar. De VOC wist uiteindelijk een groot deel van deze handel te beheersen.
Kaneel behoorde samen met kruidnagel, peper en nootmuskaat tot de waardevolle specerijen van die tijd.
Ook de Engelse kruidenkundige en astroloog Nicholas Culpeper beschreef kaneel. Hij verbond deze specerij met warmte en traditionele toepassingen bij koude aandoeningen.
Wat ooit een kostbare handelswaar was, staat tegenwoordig bijna vanzelfsprekend in ons keukenkastje.
3. Hoe herken je het verschil tussen Ceylonkaneel en Cassiakaneel?
Wanneer je beide kaneelsoorten naast elkaar legt, ontdek je al snel duidelijke verschillen.
Ceylonkaneel bestaat uit verschillende dunne laagjes opgerolde binnenbast. De stokjes hebben een lichtbruine kleur en lijken een beetje op een opgerolde sigaar.
De bast is kwetsbaar en breekt gemakkelijk. Daardoor kun je Ceylonkaneel relatief eenvoudig fijnmalen.
Cassiakaneel heeft een dikkere, hardere bast. De stokjes zijn donkerder en bestaan meestal uit één stevig opgerold stuk schors.
Deze kaneel breekt minder gemakkelijk en vraagt meer kracht om fijn te malen.
Bij gemalen kaneel kun je het verschil helaas niet altijd herkennen. Kijk daarom goed naar de botanische naam op de verpakking.
4. Het verschil in smaak
Ook in smaak hebben beide kaneelsoorten hun eigen karakter.
Ceylonkaneel heeft een zachte, lichtzoete smaak met subtiele houtachtige en soms citrusachtige tonen. Deze verfijnde kaneel past uitstekend bij gerechten waarin je een milde smaak wilt behouden.
Denk bijvoorbeeld aan havermout, rijstpap, fruitgerechten of een heerlijke kruidenthee.
Cassiakaneel heeft juist een uitgesproken, krachtige smaak. De geur is intens en de smaak heeft een warme, licht scherpe ondertoon.
Daarom kiezen fabrikanten vaak voor Cassia bij koekjes, gebak en andere producten met een duidelijke kaneelsmaak.
Beide soorten hebben dus hun eigen charme.
5. Kaneel binnen de kruidengeneeskunde
Kaneel is veel meer dan een heerlijke smaakmaker. Binnen verschillende traditionele geneeswijzen heeft deze specerij al eeuwenlang een bijzondere betekenis.
De traditionele kruidenkunde beschouwt kaneel als een verwarmend en aromatisch kruid.
Men gebruikte kaneel onder andere bij:
- Een verminderde eetlust.
- Een opgeblazen gevoel en winderigheid.
- Een koud gevoel in het lichaam.
- Traditionele kruidenbereidingen voor de spijsvertering.
De karakteristieke geur en smaak ontstaan door verschillende aromatische inhoudsstoffen. Een belangrijke daarvan is kaneelaldehyde.
Deze stof draagt sterk bij aan de herkenbare geur van kaneel.
Kaneel en de bloedsuikerspiegel
Ook de moderne wetenschap heeft belangstelling voor kaneel.
Onderzoekers bestuderen onder andere de mogelijke invloed van kaneel op de bloedsuikerspiegel en de insulinegevoeligheid.
Sommige onderzoeken laten gunstige veranderingen zien. Andere studies vinden weinig of geen overtuigend effect.
Daarom kunnen we niet stellen dat kaneel diabetes type 2 behandelt of de bloedsuikerspiegel betrouwbaar verlaagt.
Ook de mogelijke invloed op cholesterol en ontstekingsprocessen vraagt verder onderzoek.
Kaneel blijft een interessante plant binnen de fytotherapie. Toch is het belangrijk om traditionele kennis en wetenschappelijk aangetoonde effecten van elkaar te onderscheiden.
6. Coumarine: een belangrijk verschil tussen beide kaneelsoorten
Een van de belangrijkste verschillen tussen Ceylonkaneel en Cassiakaneel is het gehalte aan coumarine.
Coumarine is een natuurlijke aromatische plantenstof. Je vindt deze stof onder andere in Cassiakaneel, tonkabonen en sommige andere planten.
Cassiakaneel bevat doorgaans aanzienlijk meer coumarine dan Ceylonkaneel.
Bij een langdurige, hoge inname kan coumarine schadelijk zijn voor de lever.
Daarom is het verstandig om voorzichtig te zijn met grote hoeveelheden Cassiakaneel.
De Europese voedselveiligheidsautoriteit EFSA hanteert een aanvaardbare dagelijkse inname van 0,1 milligram coumarine per kilogram lichaamsgewicht.
Voor iemand van 70 kilogram komt dit neer op 7 milligram coumarine per dag.
Hoeveel Cassiakaneel daarbij past, hangt af van het coumarinegehalte. Dat kan per product sterk verschillen.
De hoeveelheid van 10 gram kaneel per dag is daarom geen betrouwbare algemene veiligheidsgrens.
Waarom kies ik bij regelmatig gebruik liever Ceylonkaneel?
Ceylonkaneel bevat van nature veel minder coumarine.
Wanneer je dagelijks kaneel aan je ontbijt of thee toevoegt, is Ceylonkaneel daarom een verstandige keuze.
Vooral mensen met leverproblemen doen er goed aan voorzichtig te zijn met grote hoeveelheden Cassiakaneel.
Bij normaal culinair gebruik vormt kaneel voor de meeste mensen geen probleem.
7. Kaneel gebruiken in de keuken
Gelukkig hoef je geen ingewikkelde recepten te maken om van kaneel te genieten.
Beide soorten passen uitstekend in allerlei gerechten.
Ceylonkaneel combineert heerlijk met appel, peer, havermout en warme melk. Ook in kruidenthee geeft deze kaneel een zachte, aromatische smaak.
Cassiakaneel past goed bij kruidkoek, speculaas, stoofgerechten en kruidige curry’s.
Zelf vind ik het bijzonder hoe één specerij zoveel verschillende smaken kan toevoegen.
Een klein beetje kaneel kan een eenvoudig gerecht al een heel ander karakter geven.
Welke kaneel kies jij?
Ceylonkaneel en Cassiakaneel hebben allebei een lange geschiedenis en bijzondere eigenschappen.
De ene soort heeft een zachte, verfijnde smaak. De andere verrast juist met een krachtige, warme geur.
Welke kaneel je kiest, hangt vooral af van jouw smaak en de manier waarop je deze wilt gebruiken.
Gebruik je regelmatig grotere hoeveelheden kaneel? Dan verdient Ceylonkaneel vanwege het lage coumarinegehalte de voorkeur.
En misschien is dat wel het mooiste aan de wereld van kruiden en specerijen. Achter iedere geur en smaak schuilt een bijzonder verhaal.
Dus wanneer je de volgende keer kaneel aan je gerecht toevoegt, denk dan eens aan de eeuwenoude geschiedenis van deze bijzondere boomschors.
Een klein stukje natuur, met een verrassend groot verhaal. Experimenteer met beide en ontdek welke smaak het beste bij jou past!
Tijdens mijn opleiding heb ik veel boeken geraadpleegd om mijn kennis te vergroten. Ook voor dit onderwerp heb ik verschillende bronnen gebruikt. Hoewel mijn kennis uitgebreid is, weet ik dat ik niet alles weet. Daarom raad ik altijd aan om professioneel advies in te winnen bij het gebruik van kruiden in combinatie met medicijnen.
Deze boeken heb ik gebruikt , het groot handboek geneeskrachtige planten van Geert Verhelst, Signatuur van kruiden van Yvonne Maessen , Kruid en Mens van Marlies Engels, het kruidenboek van Ingrid en het Handboek voor Gemmotherapie van Ted Gerretzen.
Mijn opleiding begon aan de Academie voor Natuurlijke geneeswijze in Meppel….
